Champions League in ’t Stad?

Donderdagavond viel mijn alziend oog een ietwat kleine voetnoot in de krant. Amper vier zinnetjes op de sportpagina, geloof ik. Maar … One little step for man but one GIANT leap for mankind. Een beslissing van de FIBA kan wel heel grote gevolgen hebben in de toekomst van mijn favoriete basketbalploeg. U weet wel: de Antwerpse Giants. De Europese basketbalbond heeft immers besloten om een derde Belgische ticket uit te reiken in de race naar de Champions League. En dat plekje gaat naar de Telenet Giants Antwerp.

Door hun tweede plek in de reguliere competitie mogen de pupillen van Moors nu strijden voor de oppergaai in het Europese basketbal. Oostende is al verzekerd van een plekje in het kampioenenbal. Brussels moet slechts één voorronde afwerken. Antwerpen heeft drie voorrondes voor de boeg. Een schier onmogelijke opgave.  Maar je weet maar nooit in de Lotto Arena. Alles is mogelijk. Heroïsche matchen of een grote afgang. Spoken kan het daar als geen ander. Hoedanook kriebelt het alvast bij mij. Gaat het dan toch gebeuren? Champions League in’t Stad?

Advertenties

Kawaya

Hij ruilt het paars-witte Brussel in voor de rood-gele Mechelse gloed. Andy Kawaya is de nieuwe linksbuiten van Mechelen. Kawawie hoor ik u alvast zeggen. Pijlsnel en een Brussels raspaardje op en top. Alleen sukkelde hij daar in de C-kern. Hij krijgt nu eerherstel op Mechelse bodem. Het carrièrebegin van Kawaya leek zo veel belovend. Zelfs in Arsenal weten ze wie hij is. Met een magistrale actie zorgde hij voor de 3-1 toen Anderlecht daar in de Champions League mocht spelen. Kawaya, hij leek toen vertrokken. Alleen besliste het lot er anders over.

Zijn kunsten mag hij nu 25 km in het noorden van onze hoofdstad tonen. Maar het zal hem worst wezen. Hij krijgt het vertrouwen van een oude bekende. De paden van Ferrera en Kawaya kruisten elkaar al eerder. Maar het is nu of nooit voor Andy. Weg van de Brusselse C-kern, klaar voor een basisplaats bij Malinwa? Kawawie moet Kawaya worden. It’s now or never.

Die magistrale actie op Arsenal. Anderlechtfans spreken er lyrisch over. ‘Het is gene slechte hoor’, fluisteren ze me toe. Ik kijk er alvast naar uit. Kawaya, een herboren Pedersen en Croizet en een verrezen Kolovos. Is there some magic in the air?

Ferdi

Eén week voor de start van de Ronde van Frankrijk is het traditioneel tijd voor het Belgisch Kampioenschap wielrennen. In 2017 breekt de strijd voor de truien los in Scheldestad Antwerpen. Maar exact 30 jaar geleden was Sint-Katelijne-Waver the place to be voor de titelstrijd. Sint-Katelijne-Waver is een plek, die ik nogal goed ken. Want ik woon er al heel mijn leven. Er zijn wel wat gelijkenissen met het Antwerpse parcours. In Antwerpen is het biljartvlak met 2 kasseistroken. In Sint-Katelijne-Waver biljartvlak met twee kleine hellingen (Zavelenberg en Stationsberg).

Koers, ik ben er al sinds ik heel jong was stapelzot van. Daarom wou ik het wielerfeest in eigen dorp zeker niet missen. Geslepen als een ‘vosje’ kende ik de truuken van de foor al. Dertig jaar geleden was er bij mij al sprake van het parcours afsnijden. Zo zag ik de wielerhelden over de Mechelsesteenweg passeren, de straat die pal ligt achter de plek waar ik woon. Daarna fietste ik vliegensvlug naar het centrum om de eindstrijd te volgen. Ik stond zelfs aan de meet toen ik de kersverse kampioen over de meet zag komen.  En ja, ik had een favoriet. Als jonge kerel was ik fan van Eric Vanderaerden. Bliksemsnel, rad van tong en altijd wel goed voor een straffe numéro. Vanderaerden kampioen zien worden in eigen dorp, het zou het ultieme delirium zijn voor een negenjarige koersgek.

Alleen horen negenjarigen en ultieme deliriums niet samen.  Toen ik aan de meet naast mijn pa stond, hoorde ik de omroeper zeggen: ‘Ontsnapping van Ferdi … Van Den Haute’. De voorsprong werd alleen maar groter. En ik voelde de bui al hangen. Ferdi werd kampioen. Ik geef grif toe. Ik had nog nooit van de man gehoord. Ondanks het feit dat hij al ritten in de Ronde van Spanje en Frankrijk had gewonnen. Hij was een nobele onbekende voor de negenjarige Bart.  Maar hij vlamde over het parcours alsof het niets was. Niemand kon die dag tegen hem iets doen. Het werd een bekroning in zijn laatste profjaar.  Zijn fiets hing hij niet veel later aan de haak.

Onlangs zag ik Ferdi terug in de krant. Ferdi is ziek. De sterke beer  van dertig jaar geleden was getekend door zijn ziekte. Ik schrok er eventjes man. Het gaat toch snel in een mensenleven. Maar ach, voor mij blijf je altijd de man van die ultieme solo-slim op Katelijnse wegen.  Het ga je goed, Ferdi.

Cronut

Men is nooit te oud om te leren. Van tijd tot tijd leer je als mens eens nieuw woord bij. Ook tijdens de Club van Siska kruiste er een nieuw woord mijn pad. Meer bepaald: de Cronut. Leerkracht van dienst was Dorien Leyers. Op haar allesbeslissende vraag over hetgeen de kruising was tussen een croissant en een donut floepte ze er spontaan Cronut uit. Driewerf hoera, de tweede keer was duidelijk de goede keer voor de oudste der Leyerszussen. Vanaf maandag mag ze haar goudgeel jasje aantrekken en trachten in het vrouwenclubje van Siska Schoeters te overleven (Sorry alvast: Ruben Mersch).

Maar een cronut … hoe kom je er in hemelsnaam op. Ik ben bijna 40. En ik moet eerlijk zeggen: met de hippe foodtrens zoals cronuts ben ik al lang niet meer mee. Een croissant ken ik, een donut ook .. Maar wie haalt het in zijn hoofd om beide te combineren? Het is een vraag, die ik mij spontaan stel. Nooit eerder zag ik een cronut bij de bakker om de hoek liggen. Die van mij zou het wellicht in Keulen horen donderen, wanneer ik hem de vraag stel. Die van u wellicht ook? Maar het zal Dorien Leyers worst weten. Zij heeft nu haar jasje en zit in de club van Siska.

Nog zotter wordt wanneer ik op het internet dat de cronut al een opvolger blijkt te hebben. De Boule de New York zou de Amerikaanse hippe equivalent al zijn van de Boule de Berlin. Mijn god, ik loop al achter op bepaalde trends. Maar ach, ik leg er mij bij neer. Het goudgele jasje om in de Club te horen zal ik nu alvast in de winkel moeten kopen. Het zijn toch bijna solden!

Afscheid van een knuffelvlinder

Sinds gisterenavond fladdert er een stevige vlinder in Mechelen rond. Op weg naar zijn thuishaven Heist on the Hills. Steven Goegebeur: de opperman van De Club van Siska moest zijn goudgeel jasje inleveren en de club verlaten. Filosoof en schrijver Ruben Mersch speelde hem naar huis. Steven Goegebeur maakte de voorbije weken indruk omwille van zijn gevatte humor en zijn knuffelgehalte. Op Siska’s zetel vertoefde hij in bijzonder fraai gezelschap. Alsof het hem allemaal niets deed. Maar nu is de ‘knuffelvlinder’ weggefladderd. Via de Dijle en de Zee langs de Heistse pijl terug naar huis.

Steven nam afscheid in stijl. Naar eigen zeggen ontpopte hij zich van een rups tot een ware vlinder. Kleine jongens worden groot, naar het schijnt. Maar bij het uitwuiven van haar grote jongen is bij mamakloek Siska nu toch alvast meer plaats op de zetel. Steven hield het meer dan twee handen-keren vol. Nu is de filosoofvlinder in zijn plaats gekomen. Als u ergens tussen Mechelen en Heist een goudgele vlinder van de wereld ziet fladderen. Doe hem alvast de hartelijke groeten!

Ik mag toch Tyler zeggen …

Telenet Giants Antwerp gooien naar het volgende seizoen toe alle registers open. Na vier Belgen werpen ze zich nu ook op de Amerikaanse markt. Tyler Kalinoski stond al meerdere jaren op de radar van Roel Moors. En nu is hij eindelijk daar. Alleen bekt zij naam zo moeilijk. Kalinoski: ik ga toch nog hard moeten oefenen om klaar te zijn tegen 24 september. Go Kalinoski Go! Maar ach, ik mag toch Tyler zeggen. .

Tyler Hamilton haalde ooit (al dan niet gedopeerd) een vierde plek in de Ronde van Frankrijk met een gebroken sleutelbeen. Een huzarenstukje … En toch … Ook zijn landgenoot Tyler Farrar maakte in de spurt korte tijd furore. Maar wielrennen is geen basketbal en omgekeerd. Een bekende Tyler als Lord of The Rings. Ik ken er eerlijk gezegd geen enkel. Maar het zal wel aan mij liggen. Maar ach, Kalinoski of niet. Ik mag toch Tyler zeggen! Go Tyler Go!

Hey Jude

Afgelopen zondag vertoefde ik samen met mijn vader in een mythische Amsterdamse Theatertempel. Voor het eerst in mijn leven bracht ik een bezoekje aan Carré. Een theaterplek, waar de groten der aarden stonden. Ook nu stond er fraai volk op het podium. Halina Reijn en vooral Jude ‘The Young Pope’ Law gaven het beste van zichzelf in Obsession, in een regie van Ivo van Hove. Je krijgt niet elke dag de kans om een acteur van het kaliber ‘Jude Law’ aan het werk te zien. Daarom nam ik met plezier de trein om Jude een keertje bezig te zien. Hey Jude, you didn’t make it bad. You made it better.

Ik had een beetje schrik toen ik vooraf alle Nederlandse recensies las. Ze waren niet mals voor het theaterstuk. En ik begrijp het tweede dagen later nog steeds niet. Jude Law en Halina Reijn acteren in Obsession alsof ze wekelijks in de Primera Division of Premier League moeten spelen. Kwaliteitsvol en op een bijzonder hoog niveau. Hey Jude (en Halina), trek het jullie geen bal aan van hetgeen Nederlandse recensenten over jullie schrijven. Vanuit België krijgen jullie wel een ‘Thumbs Up’.

Obsession vertelt het bloedstollende verhaal van de knappe zwerver Gino, die in een wegrestaurant dito benzinestation de bloedmooie Hanna leert kennen. Tussen haar en de zwerver ontstaat er een passionele verhouding. Samen smeden ze het plan om Hanna’s man te vermoorden. Opvallend is dat regisseur Ivo Van Hove voor een vrij minimalistische theatersetting kiezen. Maar dat stoort geen moment. Met plezier laat ik op het einde van mijn blog The Beatles een keertje het woord voeren. Hey Jude, you carry the world upon your shoulder. For well you know that it’s a fool who plays it cool. Well done, Jude. Next to Halina, you’re pretty cool!