Cake bakken for dummies …

Tja, u leest de titel van dit blogberichtje goed. Ik wil het met u hebben over het bakken van een cake.
Momenteel valt u wellicht van uw stoel. Het kan niet waar zijn … Is er een eindelijk een mirakel geschied? ‘Onzen Bart, die het gaat hebben over het bakken van een cake’ … Blijkbaar zijn de wonderen dan toch niet de wereld uit. En toch …
Ik wil u al onmiddellijk gerust stellen. Een tripje naar het antigifcentrum zal ik u besparen. In deze blog heb ik het over een muzikale cake. En dan zullen bij velen de puzzelstukken in elkaar vloeien. Toen ik onlangs de liedjes voor het Eurovisiesongfestival beluisterde, viel me een vrolijk deuntje op. Meer bepaald: het kampvuurliedje ‘Cake to bake’ van de groep Aarzemnieki uit Letland. Sinds jaar en dag is de meimaand de songfestivalmaand bij uitstek. De laatste jaren is het liedjesfestijn jammer genoeg uitgegroeid tot het walhalla van de foute muziek. Toch zijn er van die liedjes, die in je hoofd blijven hangen alsware het een migraine-aanval van de bovenste plank. Zoals ‘A cake to bake’ bijvoorbeeld … Zeker wanneer u allen weet dat ik de voorbije jaren ijverig, naarstig en zeer vlijtig bezig ben geweest met het tellen van de broodnodige kalorietjes. Dan beseft u dat het woord ‘cake’ op mij werkt als een Hond van Pavlov. Want zeg nu zelf: een cake eten is een kaloriebom van formaat. Maar of deze song een ‘muzikale puntenbom’ zal oplevering in Denemarken, zullen we pas binnen enkele weken weten. Hoedanook is en blijft ‘Cake to bake’ een oorwurm van formaat. Mits er de laatste dagen een lentezonnetje in het land is, wil ik u deze instant portie vrolijkheid niet onthouden. In mei weet u of het deuntje een fraai eindresultaat op het Songfestival heeft bemachtigd. Of toch niet?

U kan het liedje beluisteren via YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=L7CL8anA1hQ

Advertenties

De Roze Trui bij de Malinwa

Ooit las ik in een interview met Luk Alloo een opmerkelijke uitspraak. ‘Maandelijks pak ik minstens één keer een voetbalwedstrijd mee. Het maakt me niet uit waar. Maar gewoonweg omdat ik het fantastisch vind dat bij sport klassen verdwijnen. Dokters en arbeiders zitten door elkaar te genieten van sport en kunnen hun blijdschap en frustraties spuien.’ En het moet gezegd en geschreven worden. Ook ik pik op geregelde tijdstippen wel eens een thuiswedstrijd mee bij de buren van KV Mechelen oftewel de Malinwa.

Al heel snel heb ik de aard van het Mechelse publiek leren kennen. Zeg nu zelf … een schare van bijna tienduizend trouwe supporters weerspiegelt ook de streek waarin je vertoeft. De trouwe aanhang eist van zijn spelers ‘werklust, bloed, zweet en tranen’. Wanneer ze dit zien, zijn ze tevreden. Te technisch hoeft voor hen helemaal niet omdat Mechelaars geen Barcelonezen zijn. Wanneer de mouwen niet worden opgestroopt, ontstaan er een gigantisch groot fluitconcert of dito boegeroep. Ze betalen immers geld voor hun entreekaartje. Ze willen waar voor hun geld. Al heel snel leerde ik ook het relativeringsvermogen kennen. 2-0 bij de rust is nog geen reden tot feestvieren in de Carré. Sport duurt immers tot het laatste fluitsignaal, niet waar.

En bij mijn passief en sportief parcours kwam ik enkele keren naast een Boskampiaans figuur te zitten. Wilson Kamavuaka werd al heel snel Den Duits. Zelfs zijn oog voor het fashiongehalte van Jonathan Legear viel op. Zeker naar zijn dito fluo groene schoenen. En partyanimals uit een Willebroekse discotheek kon hij al helemaal niet luchten. Maar net zoals Boskamp kent de man wel degelijk iets van voetbal. Hij is al vijftig jaar lang trouw op post om zijn ploeg door dik en dun te steunen. De passie en de grinta in zijn beleving is zelden gezien en zorgde voor een zelden gezien amusementsfactor.

Afgelopen zaterdag kwam ik hem opnieuw tegen tijdens de wedstrijd KV Mechelen-Kortrijk in het stadion. Deze keer was hij in volle voorbereiding op de Giro D’Italia, want hij was helemaal in het roze gehuld. Toen ik hem bij een 2-0 ruststand vroeg of hij een gelukkig man was, antwoordde hij heel gevat: ‘Ach, waarom zou ik ongelukkig zijn? Het zonnetje heeft heel de dag geschenen. Wat wil een mens nog meer?’ Sportbeleving anno 2014 heeft veel weg van een optimale showbizzbeleving. Met een pintje bier in de hand vrank en vrij naar de artiesten kijken. Toen hij naar zijn plek terugkeerde voor de tweede helft werd het volkse karakter nog duidelijk. Uit de boxen weerklonk ‘Laat de zon in je hart’ van onze eigen Willy Sommers. En tja, al zingend passeerde hij mijn plek. Alles kan een mens gelukkig maken, niet waar … Ook een stralend lentezonnetje.