Mijn zonnegroet

Afgelopen zondag heb ik mijn wandelschoentjes nog eens uit de kast gehaald. The place to be was de Vriendschapstocht in Tisselt. Een tocht van 16 km langs Tisselt en wijde omgeving. Geen evidentie. Want de zon maakte de wandeling van 16 km tot een ware slijtageslag. Mijn ticket naar de ‘zon’ was een uit’stapje’ waar het gebrek aan schaduw een allesbepalende factor had. Langs het water, in de industriezone, in de dorpskernen .. De zon was alom tegenwoordig. En de schaduw alom afwezig. Ik boog het hoofd en ik deed er spontaan mijn zonnegroet voor.

De leukste plek om te vertoeven was het Willebroekse Park Bel Air. Een park met een naam, dat me spontaan deed denken aan The Fresh Prince. U weet wel: beter bekend als Will Smith. Helaas vertoefde Will Smith niet in de stad van Willy Moustache. Wellicht zat hij binnen en was hij van de airco aan het getting jiggy’en with it. En ik … ik kwam de zon alom tegen. Ik boog het hoofd en ik deed er spontaan mijn zonnegroet voor.

Het laatste stuk was door de velden. Open vlakten waar de zon weelderig brandde. Zelfs geen maïsveld kon voor wat beschutting zorgen. Ik heb opvallend veel vlinders gespot en wandelende fotografen, die de diertjes als modellen wilden. Absoluut geen evidentie. Want ze fladderden alsof het een lieve lust was. En ik … ik was gefascineerd door de kracht van de zon. Ik boog nederig het hoofd en ik deed er spontaan mijn zonnegroet voor. Daar kon zelfs geen maïsveld of een fladderende vlinder iets aan veranderen.

Foto’s van mijn wandeltocht in Tisselt:
https://goo.gl/photos/54zDfSMUVukAzv169
https://www.irista.com/gallery/ce0qrv3el6yx

Waar is het doolhof gebeleven?

De Week van de Groentensteek werd de voorbije jaren op wandelvlak een beetje een traditie in mijn leven. Meer dan twintig klilometer stappen op wegen, die voor jouw geen geheimen meer kennen. Het is niet altijd een even grote uitdaging, maar vaak wel herkenbaarheid troef. De kronkelende Waverse wegen, de Katelijnse bossen (Make Latex not War), een bezoekje brengen aan 3 landbouwbedrijven, langs gaan bij het GROM en natuurlijk mag ik het door mij ‘zo fel gesmaakte Smurfenbosje’ niet vergeten… Stuk voor stuk zijn het elementen, die op het programma staan voor een wandeling in Sint-Katelijne-Waver en Onze-Lieve-Vrouw-Waver

Ik heb toch enkele opmerkelijke momenten beleefd. Nog geen 400 meter was ik onderweg toen twee buitenlandse ultratopers (met bijhorende camelpack) op hun pad terug keerden. Ze waren een beetje verloren op het Katelijnse parcours. ‘It’s going to be a long run”, glimlachte ik hen toe. Achteraf heb ik hen niet meer gezien. Het parcours was overwegend Wavers. Ik geloof dat het ongeveer 18 km in en rond Waversche velden was. Het had wat van het parcours van de Ronde van Vlaanderen. Kronkelende weggetjes, a volonté.

Ook in het dorp van Onze-Lieve-Vrouw-Waver kwam ik de Frank Raes en Filip Joos van dienst tegen. Twee gepensioneerde mannen, die onderling bezig waren over de slechte prestatie van Mechelen één dag voordien. Mits ik die match had bijgewoond, heb ik daar ook nog een tien minuutjes met hen over gesproken. Een beetje als mijn altergo van de Katelijnse Boskamp.

De Gasthuisbossen was de parel van de wandeling. Voor mij een beetje onbekend , maar daarom ook niet onbemind wandelterrein. Fraai om hiervan eens te mogen proeven op Katelijnse bodem.

23,3 kilometer heb ik gestapt. Dat was voor mij goed genoeg. Alleen las ik ’s avonds thuis op sociale media dat er mensen een bezoekje aan het doolhof hadden gebracht. Ik dacht bij mezelf: ‘Waar is dat doolhof dan gebleven’. Het moet mijn compleet ontgaan zijn. Focus op het wandelen noemen ze dat zeker.

Bekijk mijn foto’s van De Week van de Groentenstreek op: https://www.irista.com/gallery/o9vugrwaiz1g

De klim van Den Battelaer

Wandelen … Het is de voorbije jaren een deel van mijn leven geworden. Regelmatig trek ik mijn wandelsloffies aan om het Antwerpse en Klein-Brabantse land van dichterbij te verkennen. Soms kom je van die pareltjes tegen, waar je normaal gezien weinig aandacht aan schenkt.

Neem nu de Lentetocht in Battel en omstreken. 28 km lang in Groot-Mechelen wandelen is een lust voor het oog. Zeker wanneer je door het natuurdomein van Den Battelaer in Battel trekt. Den Battelaer, een oud overstromingsgebied tussen de Zenne en het kanaal Leuven-Dijle, is een thuis voor veel planten en dieren, waaronder de blauwborst, krakeend en moeras-vergeet-me-nietjes. Op de dijken kan je fijn wandelen en speuren naar dieren en planten.

Ik was bij een eerdere wandeltocht al in Den Battelaer geweest. En toen was het ook al bijzonder fraai. Deze keer gaf een stralend lentezonnetje een extra pigment aan de wandeltocht. Alleen passeerde me nu wel langs de bijzondere stevige klim van Den Battelaer. En dat had ik deze keer wel geweten. Na een passage in het natuurdomein kwam er een bijzondere stevige Dijkmuur op de proppen. Eéntje waar je met kunst- en vliegwerk pas op kunt vliegen. Voor mij moest een prille zeventiger de Muur op. En dat was aandoenlijk om te zien. Het was met het nodige gepuf dat hij de muur bedwong.

En toen was ik aan de beurt. Ik ben geen evenwichtskunstenaar. Dat was ik vroeger niet en zal ik ook nooit meer worden. Met mijn lengte en zwaartepunt is het geen evidentie om deze muur te bedwingen. Tenslotte had ik mijn bandana thuis gelaten en ben ik Liekens en niet Pantani. Uiteindelijk ben ik er in geslaagd de Dijkwand te beklimmen, hetzij met de nodige handen en voetensetting. Alleen had ik één geruststelling. 100 meter verder zag ik de zeventiger op een bankje langs de waterkant zitten. Hij moest even uitblazen van de inspanning en genoot van het uitzicht. Wijsheid komt met de jaren, niet waar …

Het Flandrien-gehalte van de Torekenstocht

Daar stond ik dan … Gepakt en gezakt afgelopen zondag voor de Torekenstocht in Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Je moet weten: de Torekens van Waver hebben een bijzondere betekenis in mijn leven. Maar liefst zeven jaar lang heb ik daar les gevolgd in het plaatselijke Sint-Ursula-Instituut. De wintertuin en het klooster kennen geen geheimen maar. Alleen ben ik pas later 26 km gaan wandelen in de Waverse velden. En ik moet zeggen … het blijft een tocht met heel veel sentiment. Alleen waren de weergoden me niet goed gezind. Het weer was nogal Flandrien-gericht. Wind, regen en modder … en ik .. ik ben toch Sagan niet.

Ik ben vertrokken voor een parcours dat te lijden had onder het slechte weer. De passage langs het door mij omgedoopte Smurfenbosje was een hels karwei. Met het Smurfenbosje bedoel ik een passage waar je als Smurf net doorgeraakt. Wandelhoogte +/- 1m50 wel te verstaan. In mijn dromen liep ik de bevallige Smurfin tegen het lijf. Ze was niet zo goed geluimd. Haar hagelwitte pakje moest ze immers naar de droogkuis brengen. Alleen is het een hels karwei om een droogkuis op zondag te vinden … Ach, was ik maar Sagan. Die zou Smurfin met een wheelie door de modder rijden. Ikzelf .. ben te groot. Met mijn 1m85 en een beetje betekent op één wiel rijden in dat bosje met zekerheid modder op je snoet, lijf en leden. Op zulke momenten ben ik jaloers op Sagan. Voor hem is dat allemaal kinderspel. En ik … ik ben toch Sagan niet.

Ook de ‘Doggie-Woods’ of ‘ beter gezegd De Hondsbossen waren geteisterd door de regenval van de voorbije dagen. Modderstroken waar Sven Nys jaloers op zou zijn. Alleen had ik geen zin in een modderbadje voor mijn schoonheid te verbeteren. Schoorvoetend er door stappen was de boodschap en hopen dat ik niet kennis mocht maken met de modder. Voor Sagan zijn zulke passages geen enkel probleem. Alleen ik … ik ben toch Sagan niet. Die is tenminste Flandrien.

 

Een boodschap voor 2157

Het Kasteel d’Ursel en ik hebben een band bij nacht en ‘ontij’. De voorbije drie jaren passeerde ik er tijdens het nachtelijke gedeelte van de Bornemse Dodentocht. Een poging wagen om 100 kilometer te stappen leiden je altijd naar deze parel in Klein-Brabant.

Vorig jaar hadden ze rond het kasteel voor een bijzondere fraaie verrassing gezorgd. Om de deelnemers een warm onthaal te geven, werd heel de oprijlaan verlicht met kaarsjes. En toch … is dit niet de grootste verrassing die het kasteel in zich had. Bij restauratiewerken vond men in 2016 een briefje van twee jongen gravinnen Sophie en Juliette. In 1877 penden ze een briefje bij elkaar over het leven in het Kasteel. Ze verstopten het toen achter een katoenen behangpaneel. Wellicht hadden ze nooit gedroomd dat dit 140 jaar later tot een opmerkelijke ontdekking zou leiden.

Het briljante idee van de zusjes wordt nu in een nieuw kleedje gestoken. In het Kasteel d’Ursel kan je de komende maanden een boodschap op de muur schrijven. In het kasteel moeten immers nog drie kamers gerestaureerd worden. En er kunnen boodschappen achter gelaten worden. Dit in het kader van het project ‘Schrijf en Blijf … een beetje lang’. Binnen 10, 25, 50 of 100 jaar kunnen mensen via een speciale techniek door het behang kijken. Het zou toch fantastisch zijn dat jouw woorden inspirerend kunnen werken voor mensen in 2157. 140 jaar later … net zoals bij de zusjes …

Ik moet toch nog eens goed slapen over welke boodschap ik op die muur zou schrijven …  Bloed, zweet en tranen ofwel Veni, Vidi, (en ik hoop ooit ‘Vicere’) zouden mooie hommages zijn voor al die zware momenten, die ik daar bij nacht heb mogen beleven. Maar ik denk dat binnen 140 jaar mijn boodschap niet begrepen zal worden. Voor een goede Dodentocht kan ik beter eieren naar de Clarissen brengen of een kaarsje in de kerk branden. Naar mijn gevoel helpt dat nog nét dat tikkeltje meer.

Link ‘Schrijf en Blijf … een beetje lang’: www.schrijfenblijf.be

De Tuttenboom

Soms heb je van die momenten dat je ongewild op de eerste rij zit bij een aandoenlijk tafereel met kleine kinderen. Zondag was het mijn beurt. Ik had al een kleine 16 kilometer gewandel achter de kiezen toen ik in het Mechelse Tivolipark kwam. Plots kwam ik een trotse mama met haar dochter tegen. Op een bepaald moment boog ze zich over haar buggy, waarin de kleine uk zat. “Dit is nog niet voor jou hé, kleine meid. Daarvoor is het iets te vroeg.” Ik zag de twijfel in de kleine meid haar ogen opdoemen. Iets in de stijl van: “Waarover heeft mijn ma het nu?”. Maar de oorzaak van deze gemoedelijke en leerrijke conversatie tussen moeder en dochter was een bijzondere boom, die in het park stond. Meer bepaald: De Tuttenboom.

Vanuit Zweden en Denemarken is er immers een rage overgewaaid naar onze landen. Als vrijgezel heb ik niet vaak te maken met het tut-problemen van kleine ukjes. Maar kortweg samengevat: het principe van een Tuttenboom is dat kleine kinderen afscheid kunnen nemen van hun fopspeen door het kleinood aan een boom te hangen. De eerste stap naar volwassenheid wordt niet meer gezet via Sinterklaas, maar wel via een simpele boom in verschillende parken. Het was een fraai spektakel aan tutters in alle maten en kleuren. Zou er nog één peuter zijn in het Mechelse, die met een tutter in zijn/haar mond loopt? Ik heb er mijn twijfels over toen ik het aantal fopspenen in de boom zag hangen. Ik hoopte nog eventjes dat het een Mechelse primeur was. Maar niets is minder waar … In tal van Vlaamse steden zijn er al Tuttenbomen te zien.

Hoedanook is het een leuk, maar kleurrijk spektakel om eens tegen te komen. Aan de boom hingen massaal veel tutters in alle maten en kleuren. Zou er nog één baby zijn in het Mechelse, die met een tutter in zijn/haar mond loopt. Als ik het aantal fopspenen in de boom zag hangen, heb ik er nu al mijn twijfels over. Je zou er voor minder stil van worden.

 

 

Sire .. geef me 100 dagen

Ja, het kriebelt diep vanbinnen. Binnen exact 100 dagen sta ik aan de start van een loodzware uitdaging: De Bornemse Dodentocht. Met kilometers voorsprong de grootste mythe op wandelvlak in het Vlaamsche land. En neen, het is niet mijn allereerste deelname. Vorig jaar heb ik out-of-the blue beslist om een keertje deel te nemen. Gewoonweg omdat ik eens wat anders wou dan de doorsnee toertjes van 6 km, die ik hier in mijn eigen dorp doe.

Maar wat een ervaring. Beklijvender maken ze het niet meer. Engelse maloten die op een Scheldedijk een gigantisch grote massa in de waggel houden met ‘If I Could walk 500 miles’ gekruid met twintig kilometer lang late-evening barbecues in het Klein Brabantse land. En dan volgt het verschrikkelijke land der Stille Waters by night. Zeker als je al doorweekt van een zomerse bui de nacht tegemoet gaat. De eindmeet in Bornem heb ik niet gezien. Een maïsveld in Londerzeel was de killer Queen voor deze onbevlekte Dodentochtmaagd van weleer.

Maar dit jaar volgt poging 2. En op een compleet andere manier dan vorig jaar. Ik wil mezelf een keertje uittesten. Hoe ver kan ik in deze mythe raken? Kan ik mezelf verbeteren? Vorig jaar strandde ik op 45,5 km. Kan ik nu met intensief werken beter te doen? Ik zeg niet dat ik de tocht ga uitwandelen. Het doel is in eerste instantie de verbetering.  Hoedanook wacht om wandelvlak de komende weken me al een loodzwaar en intensief traject. Maar mijn nieuwsgierigheid was nooit eerder zo groot. Dus Sire … geef me nog 100 dagen en u weet welk resultaat uw onderdaan boekt.

Een open brief …

Sinds jaar en dag is er elke zaterdagochtend een bepaalde gewoonte in mijn leven geslopen. Meer bepaald: een bezoekje aan de Mechelse markt in de schaduw van de Sint-Romboutstoren. Tja, het zal u misschien wel verwonderen. Maar ook een mens als ik moet op geregelde tijdstippen eten. En deze zaterdag waren er twee opmerkelijke gastvrouwen, die klanten probeerden te ronselen. Meer bepaald voor het merk Herbalife. En mits dat alles wat met gezondheid te maken heeft mij hard fascineert, had ik er wel zin om met de dames eens van gedachten te wisselen. Kortom: mijn verhaal een keertje te vertellen. Maar hoe loop je in de kijker van getrainde promomensen? Door ostentatief hen voorbij te wandelen wellicht. Hello girls, this is me. Tja, deze truuk van de foor werkte duidelijk niet. Tot vier keer toe heb ik mijn rondjes rond de Zure Regen-toren gewandeld. De kater liep voorbij de melk, maar de melk liet zich niet verleiden. Een beetje verrast keerde ik naar huis terug.  Waarom ik niet???? Ik ben toch ervaringsdeskundige. Toen ik het verhaal aan een kennis vertelde, glimlachte hij: ‘Tja, de perceptie rondom jou is veranderd hé, jongen. Besef dat je een uniek verhaal hebt.’

Is dat werkelijk zo? Heb ik een uniek verhaal? Is de perceptie naar mij toe veranderd? Kijkt de maatschappij op een andere manier naar mij ? Persoonlijk heb ik steeds sterker het gevoel van wel. Naar mijn aanvoelen lijkt het er wel op alsof ik er in geslaagd ben om een cliché van dikkerd te doorbreken. Een stempel, dat vele ‘stille’ vooroordelen met zich meebrengt. Voor vele mensen ben ik immers nu bekend als de kerel, die 66 kilo lichter door het leven stapt. Een krachtpatserij van formaat, waar velen jaloers op zijn. Veranderingen lokken nu éénmaal reacties uit. Zowel positief als negatief. Helaas vergeten er ook velen dat ik een mens ben van vlees en bloed. Je ziet sommigen twijfelen hoe ze op een correcte manier met mij moeten omspringen. Gewoonweg omdat ik blijk heb gegeven van een karaktersterkte. De reden is heel simpel: die Lamme Godzak ligt onder de zoden en er staat een karakterkop voor hun neus.

Zo stel ik vast dat er nog steeds mensen zijn die de ‘oude Bart’ sympathieker vinden dan de nieuwe Bart. Is de perceptie naar mij toe dan zo anders? Zijn mijn ideeën dan minder goed omdat ik zo veel kilo’s lichter weeg? Het zijn vragen, die ik me steeds harder stel. Gewoonweg omdat deze zaken steeds feller als ultieme moeilijkheid naar boven komen.

Mensen toch. Het is niet omdat ik er nu ‘serieuzer’, ‘mainstreamer’ dan vroeger uitzag dat ik het positieve van weleer niet meeneem. Alles wat op een constructieve en positieve manier kan gebeuren, boeit me. Maar laat me een wijze vrouw uit het Antwerpse citeren: ‘Jouw verhaal lijkt wel de geboorte van een nieuw man’. En ze heeft gelijk. Er is voor mij een leven Bart Liekens 2.0 aangebroken. Een leven, waarin nieuwe dromen en nieuwe realisaties op mijn pad kunnen en zullen komen. Begrijp me niet verkeerd. Maar ik wil even duidelijk stellen dat vermageren veel meer is dan allen maar je eten aanpassen en als een sportman bewegen. Het is een re-organisatie van je hele leven, waar elke fout als een kanonsbal in je gezicht ontploft. Eéntje met de nodige dosis bloed, zweet en tranen. Momenteel ben ik zelfs bezig om mijn tijdsindeling op een positieve manier te reorganiseren. Ik hoor u alvast zeggen: ‘Qué’ … Ik leg heel graag de nadruk op het woord ‘positief’. Mijn herindeling moet er ééntje zijn waar de lat op een heel hoog niveau ligt. Een herindeling  waar ieder van u er baat bij zal hebben en ik nog het meest van al. Mijn vraag is: Verdien ik van u deze kans en krijg ik deze?