Ik zie zo gère mijn duivenkot

Over het huidige Belgische voetbalseizoen is er nog weinig te vertellen. Anderlecht is de 34e Kampioen van België (en daarmee basta) Voor de Red Flames, de nationale Belgische vrouwenploeg breken de komende weken nog spannende tijden aan. In juni strijden ze voor de opperste eer en glorie tijdens het Europees Kampioenschap in Nederland. Eén heeft er een tweedelige documentaire over gemaakt. Tijd om de dames wat beter te leren kennen, me dunkt.

De balans tussen werk en hobby kwam in de reportage heel duidelijk naar boven. Neem nu voetbalanaliste Imke Courtois (juist, niet de zus van … ). Vijf dagen op zeven is ze bezig met haar job in het labo. Maar daarnaast heeft ze ook de geur van de groene grasmat nodig. Ook de weg van Jassina Blom, bijgenaamd ‘Blomaldinho’ werd gevolgd. Ze mocht debuteren op de Cyprus Cup tegen Zwitserland. En dat ging niet zonder slag of stoot.

Maar de ster van het eerste deel van de documentaire was ongetwijfeld bondscoach Ives Serneels. Onder de hoede van Eric Gerets ooit kampioen gespeeld met Lierse, maar nu serieus timmerend aan de weg als trainer met 25 dames onder zijn hoede. Authentieker maken ze de coaches tegenwoordig niet meer. Alleen al zijn hobby sprak tot de verbeelding. In zijn vrije tijd vertoeft Ives samen met zijn vader maar al te graag in het duivenkot. Ik zie het de Dick Advocaten, Roberto Martinezzen of Rene Weilers van deze wereld nog niet al te snel doen. Zou Bobbejaan Schoepen zaliger ooit hebben verwacht dat zijn monsterhit ‘Ik zie zo gère mijn duivenkot’ navolging zou krijgen in de voetbalwereld? Ik geloof het nooit. Maar ach, tegenwoordig is alles mogelijk, niet waar …

 

Kan u mij de weg naar Van(Hamel)en vertellen, Mijnheer?

KV Mechelen-Lierse. Een derby uit de oude doos. Ik was nog niet eens het stadion binnen of ik hoorde het al: ‘Aiai, waar zijn die kamelen’. De sfeer zat er al in … Alleen wilden de spelers de eerste helft niet mee. Mats Rits kondigde het aan tegen de supporters. Jullie zullen 11 leeuwen op het veld zien. Ach ja, elke leeuw is ooit als welpje begonnen.

Daar zat ik dan … Op mijn vertrouwde plekje in het stadion. Hopend op een knallende match. De eerste 45 minuten waren hels. De Mechelse interpretatie van Twist and Shout kan ik niet meer horen. De cd-speler van de spionkop bleef duidelijk hangen op repeat. Het spelbeeld was om te huilen. Ergens leek het wel op het breiclubje van mijn Tante Gusta. Breien, breien en nog eens breien. En hopen dat je geen steek laat vallen. Anders kon het werk onmiddellijk opnieuw beginnen. Voetbal was meer dan ooit zoals breien. Gelukkig was het weer aangenaam genoeg om een koffiekransje op de tribunes van Malinwa te houden.

Als ik de vakpers mag geloven, heeft Lierse naar het schijnt een goede speler. Benson is zijn naam. Maar Manuel from Lierse had zijn dagje niet. Zijn haarsnit sprong meer in het oog dan zijn prestaties op het veld. Hij leek wel een Edmilson Light versie tijdens de derby van Groot Mechelen. Keeper Mike Vanhamel viel mij meer op. Robuust, een hipsterbaard in’t kwadraat en oerdegelijk in zijn prestaties. Lierse-fans doen tegenwoordig de Ijslanders na. Zou het met hun keeper te maken hebben.

Het leek het dagje van Mike Vanhamel te worden. Alleen die dekselse 90e minuut was er voor hem te veel aan. Uros Vitas kon hem de weg naar (Van)Hamel(en) vertellen. Knal, binnen en boeken toe.

The Great Old

Zou het dan eindelijk lukken? Antwerp-Roeselare 3-1. De fiere stamnummer 1 is op een zucht verwijderd van eerste klasse A. 90 minuten op Schiervelde scheiden de Sinjoren van de ultieme verlossing van tien jaar vagevuur. Het weze ze van harte gegund. Ploegen met dergelijke achterban. Ze horen gewoonweg niet thuis in de hel van 1B. Voetbal is passie en dat kennen ze in Deurne maar al te goed. Neen, dit jaar geen Eupen-scenario’s meer. The Sky is the Limit en daar moeten ze naar toe …

De Antwerp-fans … ik ben ze één keer tegen het lijf gelopen. Memorabele ervaring. Voor een indoor-voetbaltoernooi in de Lotto Arena werden massaal veel Antwerp-fans verwacht. Het was mijn eerste kennismaking met de mannen van den Bosuil. Omdat ik toen geen kleur wou bekennen, was ik als neutraal toeschouwer gaan kijken. Het lot had me tussen de mannen van rood en wit gezet. Nu al … een memorabele ervaring. Het leek wel alsof Antwerpen voor één keer Wembley was. Alles keert ooit wel eens terug, niet waar … De Czerniatynski’s, de Van Rooijs en de Lehnhoffen van weleer … Ze heten nu Owusu, Hairemans, Dequevy en Tuur Dierickx. Tijden veranderen, maar alles keert ooit wel eens terug.

Architect van het geheel is Wim De Decker … Neen, bij Antwerp horen geen John Bico-coaches. Laat Wim zijn zin maar drijven. Bloed, zweet en tranen. Dat zien de fans het allerliefste. En Wim lijkt zijn slag thuis te halen. Komt er weldra een standbeeld voor hem in Deurne-Zuid. Is hij de echte opvolger van Davidovic? De Decker … Belgischer maken ze de coaches niet meer.

Alles keert terug … ook de Antwerpse voetbalclashes van weleer. Lierse klopt meer dan ooit terug aan met Van Meir als hoofdcoach. Ze zijn de gecumuleerde kampioen van 1e klasse B. En ook een Europees ticket behoort nog tot de mogelijkheden. En wat te denken van Beerschot-Wilrijk … Ook zij lonken steeds feller naar een terugkeer bij de beste 24 van het land. Nu alvast : een welgemeende welcome back Great Old. Dit mag toch echt niet meer fout gaan.