Jeroen Maes: ‘De combinatie wielrennen-vriendschap vormt een mooie match tijdens De Flandriens.’

Het Prethuis is al sinds jaar en dag een gevestigde waarde in het Vlaamse comedylandschap. Ook hun nieuwste boreling ‘De Flandriens’ is een schot in de roos. Liefst 115 voorstellingen van deze komedie over vriendschap en koers staan op het programma van tal van theaterzalen en culturele centra. Jeroen Maes schreef het stuk en speelt mee op het podium. ‘Ik ben altijd op zoek naar arena’s en thema’s die herkenbaar zijn en gelinkt kunnen worden aan een komedie. De koers is zodanig in ons DNA verweven, dat het een enorm dankbare arena is. Naast het wielrennen gaat De Flandriens vooral over een groep vrienden, die samen bepaalde doelen nastreven. In combinatie met het thema vriendschap is het wielrennen een zeer mooie match.’

Wielerboeken
Jeroen Maes staat bekend om zich te verdiepen in de materies waarrond hij komedies maakt. ‘Ik ben geen grote wielerkenner’, aldus Jeroen. ‘Daarom heb ik mij verdiept in heel wat wielerboeken, die ik mij heb aangeschaft. Gaande van de praktische kant van de zaak tot boeken over de wielerheden van toen. Zelf veel fietsen is er nog niet van gekomen. Maar het kriebelt dankzij de Flandriens wel. Misschien dat ik tijdens de zomermaanden me eens meer ga wagen aan een fietstochtje.’

LED-schermen
Technisch gezien worden De Flandriens ondersteund door LED-schermen. ‘We moeten als theatergezelschap meegaan met onze tijd. Bij De Instagrannie was de achterwand voorzien van een LED-scherm. Nu gaan de zijwanden eveneens mee in het verhaal. Technisch gezien biedt het ons enorm veel extra mogelijkheden om in een vingerknip van locatie te veranderen. Gaande van fietsen in de polders tot fietsen op de Muur van Geraardsbergen. Persoonlijk ben ik ontzettend tevreden over de mogelijkheden van deze apparatuur.’

115 voorstellingen
De Flandriens zullen 115 keer te zien zijn op Vlaamse podia. ‘Van dit aantal kan ik als theatermaker vooraf alleen maar dromen. Maar de aanvragen voor De Flandriens bleven binnen komen. Het is een pittig programma. Maar net zoals bij het tennis moeten wij op het theater ook voor elk punt blijven spelen. Voor je het weet ben je aan 50 tot 80 voorstellingen. En dan gaat het gewoon verder. Bij de Artiestenloge waren het er 84. Nu zijn het er 30 meer. Het is een stevig aantal, maar ik ben er heel blij mee.’

Dialect
Er bestaan twee versies van De Flandriens. Eéntje in het dialect en ééntje in het Nederlands. Wanneer we in West-Vlaanderen spelen of in de grensgemeenten aan onze provincie schakelen Peter, Wim en ik over in het dialect van onze provincie. Wanneer we ver buiten West-Vlaanderen staan, houden we ons keurig bij het algemeen Nederlands. Omdat wij voortdurend switchen van het éne naar het andere, blijft het ook leuk voor ons. Katja en Martine spreken als enigen geen West-Vlaams. Maar zij praten in hun eigen tongval. Katja in het Gents en Martine in het Hollands. Net deze mix maakt het voor het publiek juist leuk.

Timemanagement
Naast zijn acteerwerk schrijft Jeroen ook de theatervoorstelling van het Prethuis. Met een overvolle acteeragenda vraagt dit heel wat voorbereiding. ‘Timemanagement is het codewoord. Ik plan echt mijn momenten in wanneer ik schrijf. Volgend seizoen staan er opnieuw twee stukken op onze agenda. Deze moeten geschreven worden. Met een goede planning laat ik het gewoon lukken.

Foto: Het Prethuis

Martine De Jager: ‘De Flandriens: een waar feestje van herkenning.’


Het Prethuis is al sinds jaar en dag een begrip in de Vlaamse comedywereld. Met ‘De Flandriens’ worden alle records gebroken. Deze komedie over het wel en wee van een fietsend vriendenclubje komt maar liefst 115 keer naar de Vlaamse zalen. Eén van de mensen op het toneel is de immer goedlachse Martine De Jager. ‘Hier in Vlaanderen is wielrennen één van de grootste nationale sporten. Dat is bij ons in Nederland toch iets minder. Daar staat bijvoorbeeld een sport als schaatsen naar mijn gevoel mijlenver boven. Wat ik wel merk tijdens het spelen van De Flandriens is dat heel het verhaal bij het Vlaamse publiek heel wat emoties met zich meebrengt. Er komt heel veel nostalgie bij. Vader koerste en nam zljn zoon mee. Het wielrennen zit zodanig ingebakken in het Vlaamse DNA, dat iedereen van het publiek bijna een emotionele band met het fietsen heeft. Hierdoor is de Flandriens een waar feestje van herkenning. Een persoonlijke band heb ik met het fietsen niet. Ik ben er niet mee opgegroeid, ik heb geen man die fietst. Het enige was dat mijn vader vroeger graag naar de Tour de France keek toen Joop Zoetemelk het daar waanzinnig goed deed.’

West-Vlaams
Er bestaan twee versies van De Flandriens. Eéntje in het West-Vlaams en ééntje in het Nederlands. ‘Ik heb tegenwoordig een eigen stekje in De Haan, waar ik regelmatig verblijf als ik in West-Vlaanderen moet spelen. Dus hun dialect is me zeker niet wereldvreemd. Het is een ontzettend mooie taal. Maar zelf spreken zit er niet in. Daarvoor liggen mijn roots als Zuid-Hollandse iets te ver weg. Maar door de dialectswitch tijdens De Flandriens moet ik er mijn aandacht wel ontzettend hard bijhouden. Wanneer we in de regio van West-Vlaanderen spelen, praten Peter Bulckaen, Wim Stevens en Jeroen Maes West-Vlaams. En wanneer ze het niet spreken moet ik goed opletten om te weten, wanneer het aan mij is. Zo hard ben ik er op gefocust.’

Dubbelrol
Net zoals Katja Retsin speelt Martine een dubbelrol bij De Flandriens. ‘De dubbelrol van Katja is iets intensiever dan die van mij. Zelf ben ik Wilma, de vrouw van Karel (Jeroen Maes). Hij is één van de drie leden van de Flandriens. Een groep heren, die wekelijks een fietstoertje gaat doen maar er toch wat moeite mee heeft. Als echtgenote ben ik dan zijn stimulans (lees: motivator van dienst). En dat doe ik op mijn eigen manier. Naast Wilma ben ik ook ‘Moetje’, de schoonmoeder van Rik (Peter Bulckaen). Mijn theaterdochter Katja Retsin heeft beslist dat ik bij hun intrek. Daar is hij het niet mee eens. Ik maak het hem natuurlijk niet gemakkelijk. Het is een hoofdzakelijk non-verbale rol, maar ontzettend leuk om te spelen. Zij heeft een grijze pruik op, een hoofddoekje en pantoffels. Wanneer ik die aantrek, maak ik bijna automatisch de geluiden die er bij horen. Dat doe ik op mijn eigen gekende manier (lacht).’

Sporten
115 keer een toneelstuk op het podium brengen. Het is topsport van de bovenste plank. ‘Het is een feestje om te doen. Achter de Schermen is het een waanzinnig leuk team om mee samen te werken. Na de Brasschaatse Huisvrouwen is het de tweede keer dat ik met een sport gelinkt wordt bij Het Prethuis. Na het padellen ben ik er nu opnieuw bij met het fietsen. Ikzelf ben niet erg sportief. Maar vanuit thuis werden wij vroeger altijd wel geacht om aan sport te doen. Zo deed ik vroeger aan karate en korfbal. Daarna ben ik verzeild geraakt in de wereld van de paardensport. Nu nog steeds vertoef ik daarin.’

Foto: Het Prethuis