De laatste tijd sloop een bepaalde gewoonte in mijn leven. Elke dag neem ik vanuit Brussel Noord de trein om 17u06 naar Mechelen. In de Dijlestad heb ik twee plekken om uit te stappen: ofwel in Mechelen ofwel in Mechelen Nekkerspoel. Het hangt enerzijds van mijn gemoedstoestand af ofwel secundo van mijn beentjes welke stop ik neem. Gisteren koos ik voor Mechelen Nekkerspoel. En dat bleek een verkeerde keuze te zijn.
De trein reed vlotjes richting Mechelen. Zo werd de passage in het hoofdstation van Mechelen vlotjes genomen. Alleen de kilometer tussen Mechelen en Mechelen Nekkerspoel werd een probleem. De trein reed het station van Mechelen Nekkerspoel binnen. En toen … kreeg de locomotief een panne. Alsof de duivel er mee gemoeid was. Het had wat van Absurdistan. Een trein, die 10 meter aan het perron staat en de rest op een stationsbrug klaar stond om Mechelen Nekkerspoel binnen te rijden. De trein van 17u06 leek wel een renner, die op 10 meter van de aankomst stil stond in een moeras en geen poot meer vooruit ging. Geeuwhonger was er niets tegen. Daar zat ik dan .. op mijn stoeltje. Ik zag de vlaggen van Goal – The Expierence in de wind wapperen Alleen de trein bleef stille staan … Ik had er niets aan.
De vlaggen bleven wapperen, ik bleef zitten .. De klok sloeg zes uur. Plots lonk voor de derde keer een boodschap in de etherradio. De boordchef of conducteur had één deur open gezet. Hallelujah, fantastische job gedaan, mevrouw. De mensen die naar buiten wilden, mochten naar buiten. En ik glipte mee in het peloton. In één rij over heel de trein aanschuiven om via een deur naar buiten te kunnen. Ach, het had wat Kafka’iaans in zich …
De dag nadien vraag ik me nu toch af. Hoe zou het met de trein van 17u06 afgelopen zijn? Bloemen noch kransen of toch een wonderbaarlijke verrijzenis?