Het meisje op mijn oude speelplaats

7 jaar lang heb ik in het Sint-Ursula-Instituut van Onze-Lieve-Vrouw-Waver gestudeerd. Daar heb ik namelijk mijn secundair onderwijs gevolgd. Op 9 september opende dit gebouw haar deuren voor het grote publiek. Dit naar aanleiding van Open Monumentendag. Daar kwam een delegatie van Studio Belle Epoque langs. Enkele van de aanwezigen waren Marty Emo en zijn verloofde Coralie Popper. Ik liep het koppel voor de eerste keer tegen het lijf in Scheveningen. Persoonlijk raakte ik gefascineerd door hun passie voor het geschiedenis. Maar de hedendaagse geschiedenis beheersen ze maar al te goed. Zo spotte ik op de sociale media een foto van Coralie waarop zij poseert voor het park van de school.  De plek, waar zij staat, roept bij mij veel herinneringen op. Het was namelijk enkele jaren lang mijn speelplaats. 21 jaar geleden studeerde ik er af. Ik heb in mijn studententijd nooit een meisje in deze klederdracht op mijn oude speelplaats gezien. Toen was het al uniform wat de klok sloeg. En nu nog steeds, trouwens.

Foto: Marty Emo

Die zondagochtend … in de Wintertuin

wintertuin

Terugkeren naar je oude school. Het heeft wat speciaals in zich. Ik heb lange tijd de boot afgehouden. Maar nu de eerste grijze haren er zijn, kon ik mezelf niet meer bedwingen. Afgelopen zondag was ik te gast in het Sint-Ursula-Instituut in Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Een school, waar ik zeven jaar lang mijn secundair onderwijs heb gevolgd. Kort maar krachtig samengevat: Ik ben daar begonnen in de Latijnse en geëindigd in de Menswetenschappen.

Eén van de opmerkelijkste attractiepolen van deze school is de Wintertuin. Tijdens mijn schoolloopbaan amper bezocht. Maar achteraf des te meer. Een verborgen parel van de art nouveau. De wintertuin van het voormalige pensionnat de demoiselles in Onze-Lieve-Vrouw-Waver was anno 1900 een unicum in zijn katholieke context, en blijft tot op vandaag verrassen met zijn feeërieke licht- en kleurenspel. En ik was die ochtend getuige van een fraai lichtspektakel. Toen ik er voorbij liep, zag ik het zonnetje haar opwachting maken door het prachtige glasraam. Het leverde een mooi lichtspektakel op, dat ik op de gevoelige plaat wou, moest en zou vereeuwigen.

Bij het krieken van de dag op een zondagochtend in je oude school rondlopen … Het heeft een beetje sarcasme in zich. Maar de reden was heel nobel. Ik was daar voor Toast Literair:  een organisatie van het Davidsfonds en de Gezinsbond. Auteur Griet Op de Beeck kwam daar spreken over haar drie boeken. Voor de cultuurbarbaren onder ons. Griet Op De Beeck heeft duizenden boeken verkocht in de Lage Landen van haar bestsellers Kom hier dat ik U kus, Gij Nu en Vele Hemels boven de Zevende. Haar lezing ging door in het Oratorium. Een ware ontdekking. Tijdens mijn schoolcarrière was ik nooit in deze hoek van het gebouw. Tja, mijn Sherlock Holmes gehalte was toen nog niet zo goed ontwikkeld als nu. Het Oratorium had wat weg van een zaal, waarin assisenprosessen worden bij Amerikaanse policiers. En ik mocht in de jury zetelen … Beschuldigde sta op! Alleen ben ik bevooroordeeld. Ik ben stiekem wel fan van de boeken van Griet Op de Beeck. En vooral haar opmerkelijk beschrijvende schrijfstijl. Haar beoordelen bij een lezing is als een café beoordelen met de beste bieren ter wereld. Onmogelijk. Als geen ander beheerst ze het redenaarstalent. Ach, die zondagochtend voelde ik meer weer zoals 20 jaar geleden. De beelden van mezelf in mijn blauwe trui, mijn lichtblauw hemd en mijn grijze broek (Tja, ook ik droeg toen een uniform) daagden weer op in mijn geheugen. Het had wat bijzonders in zich …. Die ontdekkingstocht in het Oratorium en in de Wintertuin. Een verborgen parel ontdekken. Je zou voor minder ‘Kom hier dat ik U kus’ eruit floepen.

Bezocht op 21/01/2017 – Toast Literair