Kürt Rogiers: van heilige zegeningen tot erotisch getinde liefdesbrieven

Later als ik groot ben… word ik paus. Dat dacht Kürt Rogiers toen hij als 8-jarige snaak school liep in basisschool Heikant in Zele. Meer dan veertig jaar later wandelt hij op dinsdag 13 april samen met Eric Goens terug de speelplaats op in de laatste Later Als Ik Groot Ben. “Ik ben mijn lagere schooltijd fladderend doorgelopen. Maar ik was zo’n vreemd kind, Eric. Als mijn kinderen zo raar zouden doen als ik toen, ik zou enorm panikeren”, aldus Kürt.

Het leven van de jonge Kürt stond voornamelijk in het teken van voordracht, herinneren vader Marcel en zus Katrien zich. “Van Sinterklaas moest hij geen voetbal of fiets hebben, maar boeken met gedichten.” “En geen kinderboek, maar volwassen verzen”, vult Kürt aan. “Die leerde ik van buiten. Juf Linda liet me in het laatste kwartier mijn gedichtje voorlezen. Daar was ik een heel weekend op aan het flippen tot het zover was.” Kürt – aka Maarten Goedleven – schreef ook zelf gedichten. “Dat was mijn pseudoniem. Ik vond Maarten mooi en koos Goedleven om mijn zwartwordende ziel wat in balans te brengen.

De zondagsmis in Heikant was Kürts wekelijkse hoogtepunt. “Ik was gepassioneerd door alles wat liturgie was. Zele-Heikant was een wei, het spectaculairste dat hier gebeurde was de eucharistieviering. Daar werd gelezen, gezongen en de pastoor ‘verkleedde’ zich in Sinterklaas. Ik vond dat de max.” Vader Marcel: “Hij zat meer in de kerk dan thuis. Op een dag stond hij door de venster van zijn kamer mensen te zegenen met urbi et orbi.” Zus Katrien: “Met hostieblaadjes uit de snoepwinkel en jeneverglaasjes maakte hij zelf hosties.

Eén ‘trauma’ van toen hij misdienaar was, blijft Kürt bij. “Er was een motorrijder verongelukt en meneer pastoor zei: dit wordt uw eerste begrafenis, gij moet het kruis dragen. Ik had nog nooit een begrafenis meegemaakt en zag voor het eerst een kist met daarachter drie huilende vrouwen. Die droefenis, de zwaarte van dat verdriet: dat was zo heftig. Tegen dat ik aan het altaar kwam, was ik aan het wenen. Waarop de pastoor zei: gij geen kruis meer! Het is 40 jaar geleden dat ik dat kruis nog in mijn handen had.” Op z’n 12de vertrekt Kürt samen met jeugdvriend Pedro op eigen initiatief naar het internaat van de Broeders van Liefde. “Er kwam een broeder in de klas over vertellen, ik zei direct tegen mijn ouders: dat wil ik ook!

Begin jaren 80 ontdekte Kürt de bühne en het theater. “Ik ben ontwaakt op die bühne. Ook mijn hormonen. Annemieke Leybaert was het mooiste meisje van Zele. Ik heb het aangevraagd en had mijn eerste lief te pakken.” Jeugdliefde Annemie herinnert het zich alsof het gisteren was: “Ik was smoorverliefd op Kürt. We stuurden elkaar soms 2 à 3 brieven per dag. Ondanks dat we alletwee zo vroom waren, waren die toch licht erotisch getint.” Tot mama Rogiers de brieven van haar 13-jarige zoon ontdekte. “Ze heeft ze in de haard gegooid”, weet Kürt. “Ons moeder heeft de brieven van Annemieke Leybaert verbrand.” 

Foto: DPG Media

Later als Adriaan Van den Hoof groot is

Van studeren kwam weinig in huis, maar aan creativiteit had de kleine Adriaan Van den Hoof vroeger geen gebrek. Hij keert op dinsdag 6 april in Later Als Ik Groot Ben terug naar het 3de leerjaar van de Vrije Basisschool Terbank in Leuven. Het jaar waar hij al meteen ‘bleef hangen’. “Hij was nochtans niet dom. Maar hij was niet schools. Eerder creatief”, weet mama Annemie. “Ik moest mij tot mijn grote spijt echt naar school sleuren ‘s ochtends’, geeft Adriaan toe. “Ik heb in mijn leven meer bijles gekregen dan gewone les. Dat was vernederend. De speelplaats was meer mijn biotoop dan in de klas te zitten.” 

Op die speelplaats werd er gebreakdancet met boezemvriend Gertjan, met wie Adriaan ‘the break boys’ vormde. De boys met de ongebreidelde fantasie. “Als we een leuke film hadden gezien, deden we die na. We staken een grote berg hout in brand en reden er met de crossfiets over om een stunt na te doen”, vertelt Gertjan. Ook op creatief vlak vonden de twee elkaar. Met graffiti. “Dat liep soms wel uit de hand”, lacht Gertjan. “In onze straat was een Bijbelschool, waarvan een aantal gebouwen op instorten stonden. Daar hebben we veel geoefend.” En dan vooral in de duisternis, zo vertelt Adriaan. “Dat was de hele spanning, om dat ‘in the night’ the doen. Vandalisme? Er is een groot verschil tussen de kunst ervan en het verknoeien ervan. Ik wilde altijd tekenaar worden, maar er zat te veel performer in mij.

Van 3,5/10 op bewerkingen ging het naar 9,5/10 voor catechese. Daar heeft Adriaan een verklaring voor: “Ik kwam thuis na mijn eerste catecheseles en ons mama vroeg waarover het ging. Over een warmhartige baviaan, zei ik. Dat was dus de barmhartige samaritaan. Ik weet waarom mij dat interesseerde: het gaat ergens over en je hebt een verhaal te vertellen. Je fantasie begint te werken. Al die parabels en het verhaal van Mozes, dat vind ik ongelofelijk.” De man van de grote verhalen, zo herinnert ook Gertjan zich Adriaan. “Er kwam dan een verhaal dat niet zo spannend was, maar hoe hij het vertelde wel. Verzonnen en aangedikt.

Adriaans fan van het eerste uur is de inmiddels 90-jarige zuster Deschuytter, die hem in het 3de leerjaar onder haar vleugels nam. “In het geheel van de klas was hij een beetje apart”, vertelt ze. “Niet contrarie, maar in de klas zag hij altijd van alles – een vogeltje dat buiten omhoog en omlaag vloog – en dan was hij… weg. Maar dan denk je: die zal zijn weg wel gaan later. Maar het zal de zijne zijn.

Foto: DPG Media

Later als Andy Peelman groot is

Op dinsdag 23 maart keert eeuwige speelvogel Andy Peelman terug naar gemeenteschool De Puzzel in Lebbeke. De school waar van studeren weinig in huis kwam, maar waar hij grootste onderscheiding haalde in Lichamelijke Opvoeding. “Behalve turnen was er geen enkel vak dat mij kon boeien”, aldus Andy. Turnjuf Regine herinnert het zich levendig: “De manier waarop hij zich inzette was heel mooi. Hij staat in mijn top 5 van favoriete leerlingen”. Haar collega’s waren dan weer minder veilig voor de kleine deugniet van toen. Andy vertelt over de juf die ooit in brand stond. “We hadden naast haar bureau een grote kaars doen branden. Juf Van de Moortel zette zich aan het bureau en haar kleed begon plots te smeulen. We hebben moeten ingrijpen, want anders… Zo’n apenkuren haalden wij uit.

Van leren kwam op school dan ook niet veel in huis. “Als het maar amuseren was bij Andy, in plaats van leren. Ik moest altijd naar het oudercontact, maar het was nooit goed”, weet mama Lisette. Andy: “Ik heb geen negatief gevoel bij mijn schooltijd. Integendeel, ik had altijd plezier.” Zo ook met boezemvriend van toen tot nu Kevin, die terugblikt op hun jeugd.

De onbetwiste hoofdrol in Andy’s jeugd was weggelegd voor mama Lisette, nog steeds zijn rots in de branding. En dat maakt hem emotioneel. “Je hebt maar één moeder en we komen van ver. Het was niet altijd evident.” Het gezin had het financieel niet breed. “Ik had geen boekentas van Kipling en mijn Buffalo’s waren fake. Als kind was ik me daar zeker van bewust. Maar ik had nooit het gevoel dat ik niet mee kon. Want ik hád het wel, weliswaar met witte producten. Dat heeft er zeker toe geleid dat mijn moeder en ik één en ondeelbaar zijn.” Dat bewijst ook een misdaad uit Andy’s jeugdjaren die eindelijk wordt opgehelderd. “Ik had een batterij nodig om een radio in te bouwen in mijn brommer. Maar dat kostte ook weer geld. Ik passeerde langs straatwerken met gele knipperlichten en daarin zitten… batterijen”, vertelt Andy. “Hij kon dat toch niet pikken en daarmee te voet naar huis komen? Dus ja, ik heb toen gezegd: ‘Kom, ik zal er met u naartoe rijden’”, lacht partner in crime Lisette.

Het schooltheater ruilde Andy in voor De Buurtpolitie, de school voor een ingangsexamen om politieagent te worden. Zonder succes. “Ze vroegen of hij zijn mama zou beboeten mocht die fout geparkeerd staan”, vertelt Lisette. “Hij was toen nog te eerlijk.” Van een korte carrière als – jawel – leraar ging het toch weer richting politieschool, deze keer mét succes.

Foto: DPG Media

De verdwenen schoolrapporten van Alexander De Croo

Later als ik groot ben… word ik eerste minister. Alexander De Croo, die op dinsdag 16 maart om 20.40 terugkeert naar zijn schooltijd, had het als kind nooit gedacht. “Geen seconde. Nooit.” Dat zijn schooltijd op 1 jaar en 10 maanden wel erg vroeg begon, dankt hij aan vader Herman. “Hij had als minister van Onderwijs de regel ingevoerd dat kinderen vanaf 2,5 jaar naar school mochten. Ik was het voorbeeld van zijn beleid. Maar dit was echt wel extreem”, lacht de eerste minister. In Later Als Ik Groot Ben duikt Eric Goens de kinderjaren in van een ‘introverte dromer’ die al eens durfde te spieken of huiswerk overschrijven. “De conclusie van elk oudercontact was als een echo: ‘Goed, maar kan beter’”, aldus De Croo.

In de basisschool in Brakel nodigt Eric ook meester Moulart van Zedenleer, jeugdvrienden Jürgen en Patrick en zus Ariane uit voor een trip down memory lane. Broer en zus waren door de drukke jobs van hun ouders al snel op elkaar aangewezen. “In Brakel vielen de spotlights op mij door de familienaam die ik had”, vertelt De Croo. “Ik vond dat niet plezant en zou toen alles gedaan hebben om niet continu in het middelpunt van de belangstelling te staan. Als mensen mij vroegen wie ik was, zei ik altijd: Alexander.” Voor de afwezigheid van vader Herman had het gezin een creatieve oplossing. “De truc was dat wij relatief vroeg in bed werden gestoken. Om 23u kwam hij thuis en werden we in pyjama terug aan tafel gezet. We zaten even bij hem en gingen daarna weer slapen. Een leerkracht zei ooit: ‘Dat is kindermishandeling’. Ik denk het niet. Mijn ouders waren daar wel creatief in.

Ook al was vader Herman De Croo vaak uithuizig, de communicatie hield op een bijzondere manier stand. “Via zijn dictafoon. Hij had toen een half leger van mensen achter zich die al die teksten uittypten. Vanaf zeer jonge leeftijd kreeg ik papieren waarop stond: ‘Nota aan Alexander’. Twee weken later kreeg ik dan een nieuwe nota met de vraag waarom ik niets met die nota had gedaan. Dat was een onwaarschijnlijk efficiënt systeem. Mijn vader heeft Outlook uitgevonden”, lacht De Croo.

Rond de rapporten uit zijn kindertijd hangt een waas van mysterie. Eric kon er haast geen enkel terugvinden. “Mijn mama bekeek die rapporten en legde ze dan op het bureau van papa”, herinnert zus Ariane zich nog. “Hij verhuisde veel papierwerk van Brakel naar Brussel, waardoor de rapporten verloren raakten. In het beste geval zitten ze ergens in een kabinet in een schuif.” Stil wordt het wanneer Ariane toegeeft dat ze het best moeilijk heeft met het premierschap van haar broer. “Dat gaat hij nu voor het eerst horen”, klinkt het. “Die 30ste september dacht ik: ik moet hem afgeven. Papa heb ik altijd moeten delen, maar mijn broer… dat steekt wel. Het besef dat hij meer tijd zou doorbrengen met de problemen van het land dan met ons. Ik ben blij voor hem, maar vind het niet zo leuk.

Op het einde van zijn schooldag ontsnapt ook de eerste minister niet aan een les Lichamelijke Opvoeding en het ondertussen befaamde Later Als Ik Groot Ben-proefwerk. “76/100…Dat is: ‘Het kan beter’. De cirkel is rond.

Foto: DPG Media

 

Later als Alex Agnew groot is …

Hij laat Sportpaleizen vollopen met zijn comedyshows, maar wanneer hij de Stedelijke Basisschool Fruithof in de Fruithoflaan in Berchem binnenstapt, wordt Alex aka Alexander Agnew terug herinnerd aan het frêle jongetje met “debardeurke” dat hij vroeger was. Het jongetje dat lak had aan school en liever striptekanaar wilde worden dan ingenieur. “Dat doe je maar in je vrije tijd, was toen het idee rond creativiteit. Naar school gaan doe je om iets te leren waar je geld mee kan verdienen. Tekeningetjes maken, daar zit geen toekomst in. ‘Met aandacht voor het individu’ dat bestond toen niet. Je was toen ‘de klas’. In die klas had je de dromer en dat was ik. Degene die niet oplette.

Mijn levenslange haat voor school is hier begonnen”, zegt hij al wijzend naar het eerste kleuterklasje. “Vanaf dag één vond ik op school zitten vreselijk.” Het proefwerk dat meester Eric Goens zijn pupil laat invullen, staat volgens Alex symbool voor zijn schooltijd. “Voor mij was dat geen act of revolution, eerder een act of resignment. Een soort van: dit lukt niet en dan ga ik mijn tijd daar niet aan verschijten. Zo is mijn leven altijd geweest, ik heb een hekel aan tijdverschijterij. De school was in dat opzicht een straf. Dat had niks met mijn brein te maken en dat heb ik jarenlang wel gedacht. Niks katapulteert je meer naar ‘ik ben dom’ dan zo’n proefwerk. Mijn leven lang had ik een vader die zei: ‘Uw punten trekken op niks dus gij zijt dom’. Op de duur denk je dan: ‘Ja, ik ben gewoon dom, dus wat maakt het nog uit?’

Lichtpuntjes in zijn schoolcarrière waren grote jeugdliefde Sofie Dubois en beste vriend Eric, met wie Alex toen al zijn befaamde ‘stemmetjes’ oefende. Dat zag ook mevrouw Stroobants, Alex’ strenge maar favoriete juf uit het 6de leerjaar: “Hij had kleine Star Wars-figuurtjes en speelde samen met Eric Star Wars na. Die stemmetjes deed hij toen al na, net zoals stemmetjes van de leerkrachten. Die humor zat er altijd in. Alex was een klein, tenger jongetje dat niet echt opviel in de klas. Nu zie je een boom van een kerel op het podium staan. Ik moest twee keer kijken toen ik hem op tv zag.” Ook mama Josephina vertelt hoe haar Alexy evolueerde van tenger jongetje tot metalman met een hanenkam.

Later Als Ik Groot Ben: aflevering 2 op dinsdag 23 februari om 20.40 bij VTM

Foto: DPG Media